vrijdag 27 maart 2015

Hoe talrijk de levende wezens ook zijn,
Ik beloof ze allen te bevrijden

Wat is nu eigenlijk mijn intentie als ik deze gelofte uitspreek? En hoe zou ik de levende wezens, al is het er maar één, kunnen bevrijden? Hoe krijg ik dat voor elkaar……

Beloof ik alle levende wezens (dus ook mijzelf) ergens van te bevrijden, of ergens uit te bevrijden? Bevrijden van een last die zij met zich meedragen? Van lijden (zie ook gelofte 2)? Van het schuldgevoel dat zij hebben naar aanleiding van kwetsende of schadelijke woorden en/of daden die zij hebben gecommuniceerd dan wel uitgevoerd, omdat de gevolgen van deze woorden of daden negatief was ook al was misschien de intentie okay?
Bevrijden uit opgesloten zijn in het beeld (positief/negatief) van hen waaraan ik vasthoud?

Ik kan anderen en mijzelf bevrijden van schuld- en schaamtegevoel over de gevolgen van woorden of daden. Dit kan ik doen door te vergeven, door het niet na te blijven dragen, te beseffen dat het niet zo bedoeld hoeft te zijn en daarbij, iedereen maakt “fouten”. Geen schuld maar eventueel wel verantwoordelijk houden voor (de gevolgen van) daden.
Als zij iets “schadelijks” hebben gedaan t.o.v. iemand anders, dan kan ik hen, ongeacht wat ik van dat handelen vind, waar zij een schuldgevoel over hebben, niet echt bevrijden. Het enige dat ik dan kan doen is een luisterend oor bieden en ikzelf hoef hen ook niet nog eens een schuldgevoel aan te praten of hun schuldgevoel te versterken. Wat dat betreft kunnen zij alleen door zichzelf of door de desbetreffende Ander worden verlost/bevrijd.

Ik kan anderen en mijzelf bevrijden van het beeld dat ik heb van of de ideeën, meningen, (voor-)oordelen over anderen en mijzelf. Deze ideeën, vooroordelen houden de Ander en mij (en ook de situatie en de wereld) gevangen, vastgezet, bevroren. Hierdoor kan lijden ontstaan, dit kan ervoor zorgen dat diegene/ik zich opgesloten voelt. Ik zet een muurtje om die Ander/de situatie/mijzelf heen, daardoor zullen deze oordelen eventueel aangevochten, ontkent, ontkracht moeten worden. De muur neerhalen om te zorgen dat ik HEM/mij zie. Het kan ook zo zijn dat diegene/ik daar geen zin in heeft, of het niet kan, of omdat ik zo overtuigd ben van mijn eigen gelijk. Hierdoor zie ik niet alleen die Ander/mijzelf niet, maar hiermee kan ik ook veel moois missen (gelofte 3)
Een manieren waarop ik deze Ander kan bevrijden is door dat beeld los te laten, te proberen niet te weten, niet te pretenderen dat ik weet hoe die Ander is, wat hij denkt, voelt, kan, wat er gaat gebeuren als…(ieder moment is nieuw, nieuwe, begrensde, mogelijkheden. Wedergeboorte in dit leven, ieder moment opnieuw vol mogelijkheden, openheid) Niet bij voorbaat mogelijkheden uitsluiten, maar ook wel realistisch blijven. Geen gefixeerd beeld/karakter/persoon te maken van de ander, de situatie en mijzelf, waardoor ik mijzelf afsluit voor mogelijkheden, voor leven. (every time i judge someone else, i reveal an unhealed part of myself, of in ieder geval een opvatting, mening, het zegt iets over mijzelf, de criticus communiceert over zichzelf, zijn standpunten)

Daarbij als mijn beeld niet overeenkomt met het zijn van de Ander/situatie etc. dan kan er onenigheid ontstaan. Wat weer kan leiden tot...pijn, verdriet, ruzie, oorlog, SCHADE!


©Judith Nachtschade

Geen opmerkingen:

Een reactie posten